Statements van ouders en trans jongeren over het stuk van EenVandaag:

Een vader van twee genderdiverse kinderen:

“Mijn zoon zat net aan het begin van zijn puberteit toen hij aan zichzelf toe durfde te geven dat hij een jongen in een meisjeslichaam is. Hij heeft toen jaren op de wachtlijst gestaan en het heeft drie en een half jaar geduurd voordat hij gediagnosticeerd was. In die jaren zagen we hem steeds verder afzakken, hij was in oorlog met zijn meisjeslichaam dat zich aan het ontwikkelen was tot vrouw, had geen ruimte meer voor school, durfde zich niet meer buiten te vertonen. Als ouders zijn we de hele tijd bezig geweest om hem overeind te houden. Hij is nu volwassen en heeft zijn transitie gehad. Ik zie hem helemaal opleven. Maar hij heeft wel 4 jaar stilstand in zijn ontwikkeling in te halen. Ik ben blij dat hij die 4 jaar heeft weten te overleven, 4 jaar die hem bespaard hadden kunnen worden met puberteitsremmers.

Bij mijn zoon stonden op een gegeven moment een klein dozijn GGZ hulpverleners met zijn allen te wachten tot hij in transitie ging: ze waren het er unaniem over eens dat ze niet verder konden komen als er niets met zijn genderdysforie gedaan zou worden.

Genderdiversiteit is veel gebruikelijker dan we lang dachten. Met ons strikte hokjesdenken hebben we veel kinderen gedwongen iets te zijn wat ze niet zijn. Gevolg: sociale angsten, ontwikkelstoornissen, depressies, automutilatie en zelfdoding. Het zijn standpunten als in de 1vandaag rapportage die de hokjes in stand houden en groot leed veroorzaken. Het is daarom onbegrijpelijk dat er dit soort geluiden komen vanuit een kliniek die deze kinderen wil helpen. Voor mij, als vader van twee genderdiverse kinderen, is dat een dolksteek in de rug: het kost mij dag in dag uit mijn energie om mijn kinderen ruimte te geven voor een zo gezond mogelijke ontwikkeling. Daar heb ik steun bij nodig.”

Statement van Max (14):

“Ik ben net 14 geworden en sta inmiddels al een halfjaar op de wachtlijst, ik zie mijn lichaam steeds meer veranderen waar ik moeite mee heb omdat ik weet dat het onomkeerbaar is. Ik ben bang dat tegen de tijd ik eindelijk hulp krijg het al te laat is voor hormoonblokkers, al helemaal als nu de toegankelijkheid daarvan moeilijker zou worden. Ik ben bang dat ik ga veranderen in iemand die ik niet ben, en de lange wachtlijst laat mij heel lang in deze kwetsbare positie staan.”

Statement van een trans jongere van 17:

Hoi, ik ben een transgender jongen van 17 en kan zeggen dat transgender jongeren niet langer moet wachten op transgenderzorg, maar in tegenstelling ze dit grotendeels al te lang doen. Ik zal waarom ik dit vind hier verduidelijken.

Ten eerste weet je als transgender persoon ook al dat het niet zo maar iets is, dus meestal is er al een hele tijd overheen gegaan voordat je überhaupt de eerste stap zet, uit de kast komen, wat ook nog een tijd kan duren, een impulsieve beslissing voor in transitie gaan zie ik niet snel gebeuren.
Sommige mensen hebben hier dan vooralsnog angst voor, een verklaring voor deze angst is dat ze geen reden kunnen bedenken voor de grote toename in transgender jongeren in de laatste aantal jaren. Zelf zou ik deze toename verklaren door een betere bekendheid hiervan, een aantal jaar geleden had ik wel eens van het woord transgender gehoord, maar wat het precies inhield wist ik niet, daardoor dacht ik over mijn gevoelens op dat moment heen te kunnen groeien. Toen er wat later meer bekendheid over trans mensen kwam, snapte ik gewoon trans was.

”Maar veel van deze mensen zijn echt jong, kunnen ze de inhoud wel voldoende inzien?” Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat ook bij jongeren slechts een klein percentage later toch zich met hun bij geboorte toegewezen geslacht identificeert. Daarnaast is ook bekend bij jonge kinderen, dat ze stigmatisering vaak niet zo heftig ervaren als ouderen, en dat kan verklaren, naast de vermeerderde bekendheid in hun generatie, dat ze hiermee sneller naar buiten komen.
Een erg belangrijke vermelding is hier ook bij, dat je niks kan doen wat lastig terug te draaien is voor je 15de, daarvoor mag je namelijk alleen puberteitsremmers nemen, die doen zoals het woord vermelde, maar waarmee na je hiermee stopt, het gewoon als normaal zich zal voortdoen. Wat je wel kan doen wat lastig omkeerbaar is, is dit niet doen, waardoor je mogelijk in de ongewenste puberteit komt.

”De mensen die in detransitie gaan kan wel een kleine groep zijn, maar kunnen we die niet het beste voorkomen?” Zelf zou ik zeggen dat de manier om dit te voorkomen is door juist de acceptatie van transgender personen vermeerderen, waardoor de verduidelijking zal toenemen, waarbij ik dan dus juist denk, dat die kleine groep kleiner zal worden.
Je hebt bij meerdere kwesties een kleine groep waarbij er iets anders is, en dit is niet alleen bij trans mensen het geval, voorkomen is altijd goed, maar niet wanneer het het overgrote deel schade oplevert.

Conclusies:
1. Groepsdruk is onzin, de toename komt door meer bekendheid, maar zeker niet om die reden, helaas worden de meeste transgender jongeren die ik ken gepest, dus in tegenstelling is er meer druk andersom. Sommige denken misschien groepsdruk omdat vaak veel trans mensen ook trans vrienden hebben, maar t is heel menselijk om te zoeken naar mensen met soortgelijke ervaringen als jij, dit heeft niks met groepsdruk te maken.
2. Maak de hoognodige zorg niet lastiger, zorg alleen voor informatie. De emotionele impact die de wachttijden hebben op transgender mensen is ook onomkeerbaar.

Een moeder van een transgender kind:

Dit is een complexe materie, waarbij de nuance verloren gaat in korte stukjes in de media. Aan de ene kant juich ik het toe dat de reguliere GGZ méér genderzorgkennis zou gaan krijgen en dat kinderen met gendervragen, gecombineerd met andere problematiek, daar laagdrempelig(er) terecht zouden kunnen. Zeker ook als dat ervoor zorgt dat ze sneller geholpen kunnen worden met de mentale problematiek, en daarmee wellicht ook druk wegnemend van de wachtlijsten voor medische transitie. Aan de andere kant: het moet geen afschuiven worden en al helemaal geen afschuiven naar collega’s die niet de juiste kennis hebben om met transproblematiek om te gaan.

Praktijkervaring. Toen onze (trans)zoon uit de kast gekomen was naar de leerplichtambtenaar, nadat hij bijna een jaar gym verzuimde, werd hij dankzij die ambtenaar, die zijn problematiek én suïcidale gedachten zeer serieus nam, met een enorme spoedindicatie aangemeld bij de jongerenafdeling van de plaatselijke GGZ. De hulp die wij in die acute fase kregen? Een foldertje van 113 Zelfmoordpreventie, een briefje met het nummer van de crisisdienst, en de vraag hem nog maar even goed in de gaten te houden, tot hij aan de beurt was. Je wil niet weten wat het met ouders en een (trans)kind doet om met levendige zelfmoordgedachten, en zijn enorme angst dat hij voor zijn eigen gedachten zou zwichten, enkele weken te moeten overbruggen voor er überhaupt plek was voor een intake voor een plek met de aller-, allerhoogste spoednotering.

Nee, u begrijpt: ik zou het toejuichen als ook de GGZ laagdrempelig deze problematiek kon helpen aanpakken.
Toch zat er voor ons uiteindelijk ook een nadeel aan: een maandenlang welles-nietes-gevecht met de GGZ-psychiaters. Waarbij zij wilden dat eerst de depressie voorbij zou zijn en de antidepressiva afgebouwd, vóór er verder gewerkt mocht worden aan de genderproblematiek. Want ‘eerst moesten andere problemen opgelost worden om te kijken of de genderproblematiek niet gewoon daar vandaan kwam’. En waarbij wij maandenlang bleven roepen dat de depressie júist kwam omdat hij zich in een vrouwelijk lichaam aan het ontwikkelen was, dat hij dit mentaal niet goed kon handlen, en dat hij júist een genderbehandeling nodig had om uit die depressie te komen. Vechten tegen de bierkaai, want je wordt als ouder gezien als leek, je kind wordt gezien als onkundig betreffende diens eigen lijf en gevoelens en gedachten, en zij als deskundig. En je wil ook niet een enorme clash veroorzaken uit angst dat zij het je nog véél moeilijker kunnen maken in de transitie. Dit kip-en-ei-gevecht zorgde ervoor dat onze zoon pas erg laat aan de pubertijdsremmers mocht…. waarna hij ineens in grote vaart opknapte en de depressie overwon.

Ondanks dat we vanwege die suïcidale gedachten met enorme spoednotering binnen vlogen, heeft dit uiteindelijk alsnog maandenlange vertraging gegeven, en nog steeds vragen wij ons wel eens af of die antidepressiva – ook geen lichte medicijnen – wel nodig geweest waren als er gewoon naar hem geluisterd was dat die depressie vanwege de genderdysforie kwam.

De wens om kinderen met genderdysforie en co-problematiek éérst naar de GGZ te sturen is in mijn ogen alleen gerechtvaardigd als dit is om ze te helpen de wachttijd te overbruggen, als het wegvangen van diegenen die geen medische transitie nodig blijken te hebben gezien wordt als bijvangst en vooral niet als hoofddoel, en al helemáál niét als dit bedoeld is om opnieuw een poortwachter in te bouwen voor de medische genderzorg…
Bedenk ook dat onze trans kinderen al vaak genoeg er tegenaan lopen dat ze het idee hebben dat ze precies moeten doen wat er gevraagd wordt, precies moeten zeggen wat er verwacht wordt, en zich precies zo moeten gedragen als gewenst wordt door deze medische genderteams, omdat ze anders bang zijn van al die ‘poortwachters’ geen groen licht te krijgen voor pubertijdsremmers en hormonale behandeling en later ook operatieve ingrepen.

Een systeem wat veelom als ‘zeer zorgvuldig’ aangeprezen wordt, terwijl vanuit de statistieken vanuit andere landen inmiddels dubbel en dwars duidelijk geworden is dat deze route via ‘poortwachters’ die ‘groen licht moeten geven’ nét zo veel (of eerder nét zo ontzettend weinig) spijtoptanten geeft als het informed consent.

Onze zoon is post-transitie. Hij is nooit meer depressief geweest, heeft een mooi leven opgebouwd, studie, appartement, vaste relatie… en tot op de dag van vandaag loopt hij nog steeds eens in de zoveel weken weer eens érgens in het medische circuit vast, puur op het feit dat hij trans is, en moet nog steeds elke keer veel bel- en regelwerk tussen zijn drukke studie inplannen omdat het keer op keer een gevecht is om zijn testosteron op tijd bij de apotheek te krijgen.